RAMÓN LÓPEZ VELARDE (1888- 1921 )
Hotelnachten
Verstrooiing is hier uw leed in kamers
dankzij het aangenaam verraste treffen
van yankees, priesters en ontrouwe kramers,
wat jonge bruidjes en een handvol sletten.
Halfduister...
biedt u spiegelglas dat schilfert
met zijn verdofte kwik; kalenders wijzen,
met stofgordijnen en gehuurde britsen,
op zwerfverdriet van wie, berooid, moet reizen.
Ver is geboortegrond, familie is veraf,
en als het grauwt, bepeinst wie naar de staf
grijpt, dat er dagen zijn van rouw en van verblijden:
en hoe in dit gore hotel samen verblijven
kosmopolitish leed van wie bezweken
en dwaas geluk van wittebroodsweken.
Noches de hotel
Se distraen las penas en los cuartos de hoteles
con el heterogéneo concurso divertido
de yanquees, sacerdotes, quincalleros infieles,
niñas recién casadas y mozas del partido.
Media luz...
Copia al huésped la desconchada luna
en su azogue sin brillo; y flota en calendarios,
en cortinas polvosas y catres mercenarios
la nómada tristeza de viajes sin fortuna.
Lejos quedó el terruño, la familia distante,
y en la hora gris del éxodo medita el caminante
que hay jornadas luctuosas y alegres en el mundo:
que van pasando juntos por el sórdido hotel
con el cosmopolita dolor del moribundo
los alocados lances de la luna de miel.
( textos tomados de De Gedichten, Los poemas,
Ramón López Velarde, 2010, gedichten in het Nederlands,
traducción de Stefaan Van den Bremt)
Verstrooiing is hier uw leed in kamers
dankzij het aangenaam verraste treffen
van yankees, priesters en ontrouwe kramers,
wat jonge bruidjes en een handvol sletten.
Halfduister...
biedt u spiegelglas dat schilfert
met zijn verdofte kwik; kalenders wijzen,
met stofgordijnen en gehuurde britsen,
op zwerfverdriet van wie, berooid, moet reizen.
Ver is geboortegrond, familie is veraf,
en als het grauwt, bepeinst wie naar de staf
grijpt, dat er dagen zijn van rouw en van verblijden:
en hoe in dit gore hotel samen verblijven
kosmopolitish leed van wie bezweken
en dwaas geluk van wittebroodsweken.
Noches de hotel
Se distraen las penas en los cuartos de hoteles
con el heterogéneo concurso divertido
de yanquees, sacerdotes, quincalleros infieles,
niñas recién casadas y mozas del partido.
Media luz...
Copia al huésped la desconchada luna
en su azogue sin brillo; y flota en calendarios,
en cortinas polvosas y catres mercenarios
la nómada tristeza de viajes sin fortuna.
Lejos quedó el terruño, la familia distante,
y en la hora gris del éxodo medita el caminante
que hay jornadas luctuosas y alegres en el mundo:
que van pasando juntos por el sórdido hotel
con el cosmopolita dolor del moribundo
los alocados lances de la luna de miel.
( textos tomados de De Gedichten, Los poemas,
Ramón López Velarde, 2010, gedichten in het Nederlands,
traducción de Stefaan Van den Bremt)
Comentarios